Samengestelde woorden schrijf je meestal aan elkaar. Dat geldt ook voor lange woorden: omgevingsvergunning, bodemonderzoek, geluidsoverlast, handhavingsverzoek.
Schrijf woorden los als het om een woordgroep gaat waarin de delen zelfstandig een rol hebben: ter plaatse, in verband met, tot stand komen. Een bijvoeglijk naamwoord en zelfstandig naamwoord schrijf je ook los: nieuwe vergunning, financiële bijdrage.
Gebruik een koppelteken als dat verplicht is of de leesbaarheid duidelijk verbetert, bijvoorbeeld bij een afkorting, cijfer of hoofdletter: ICT-systeem, A4-formaat, Zuid-Hollandse regeling.
Controleer tijdens het schrijven: vraag jezelf af: benoemt dit één begrip? Dan is aaneenschrijven vaak juist.


